Voorbeelden voor lezingen: Literatuur
Ik geef op het Goethe-Institut voornamelijk les aan hoog opgeleide jonge Duitsers met een behoorlijke belangstelling voor literatuur. Als ik vóór 1993, toen Nederland Schwerpunktland was op de Frankfurter Buchmesse, aan mijn Duitse cursisten vroeg of ze Nederlandse schrijvers kenden, kreeg ik vaak de schertsend bedoelde tegenvraag: "Schrijven Nederlanders ook, kun je in dat dialect van jullie dan schrijven? En als er al schrijvers genoemd werden, waren het meestal vooroorlogse Blut-und-Boden Vlamingen als Felix Timmermans en Stijn Streuvels of naoorlogse Krimi-auteurs als Hans-Willem van de Wetering en Marjan Berk. Dat hoeft ook nauwelijks verbazing te wekken, want de vertaalprestaties waren tot in de jaren tachtig niet om over naar huis te schrijven. De Nederlandse vertaling van "O Tannenbaum" is "O dennenboom" geworden in plaats van "O sparrenboom". En dat was ook ongeveer het niveau van de literaire vertalingen uit het Nederlands in het Duits. Als ze in Duitsland eerder goede vertalers uit het Nederlands gehad zouden hebben, zou een groot schrijver als Willem Frederik Hermans de weg hebben kunnen banen voor Nooteboom, Mulisch en de nieuwe generatie Margriet de Moor, Leon de Winter, Connie Palmen, Marcel Möhring en anderen. Nu moet Hermans in hun kielzog de Duitse markt proberen te veroveren. Na een aantal slechte vertalingen in de jaren zeventig had Hermans verdere vertaalexperimenten verboden. Inmiddels hebben zijn erven toestemming gegeven voor de vertaling van zijn meesterwerk De donkere kamer van Damocles, dat door internationale literatuurkenners tot de beste honderd romans van de twintigste eeuw wordt gerekend. In de FAZ wordt de schrijver van Die Dunkelkammer von Damokles onomwonden vergeleken met Flaubert. Eindelijk gerechtigheid en lees dat boek zou ik willen zeggen.