Voorbeelden voor lezingen: Anti-Duits

De Nederlandse dichter, essayist, criminoloog (én verzetsstrijder) J.B. Charles was even anti-Duits als zijn uitgever Bert Bakker, en als Charles' kinderen met een onvoldoende of een taak voor Duits thuiskwamen kregen ze van oom Bert fl.10,- of fl.25,-. Duits was een vak waarvoor je je best niet of nauwelijks deed. Toen ik in 1956 voor het eerst Duits kreeg in de tweede klas van de 1e 5-jarige HBS-B op de Keizersgracht in Amsterdam, was Ahlers, de leraar Duits, net tot hoogleraar benoemd aan de GU, de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam. Men zat op de HBS met de handen in het haar, maar er werd godzijdank een Duitse germanist gevonden. Als eerste naoorlogse generatie waren wij voor ouders en leraren de 'opdat-wij-niet-vergeten-generatie' en die Duitse leraar Duits moet het heel zwaar hebben gehad. Zijn wraak was het gezamenlijk lezen van Der Schimmelreiter van Theodor Storm in het Gothisch schrift, de zogenaamde Fraktur.

Er is sindsdien veel veranderd. Duits is van een verplichte taal een kwijnende keuzetaal geworden. Door het wegvallen van de grenzen, de eenwording van Europa en door Srebrenica in 1995 (toen duizenden moslimmannen onder het toeziend oog van Nederlandse blauwhelmen door Serviërs werden afgeslacht en Nederland niet alleen zijn onschuld verloor, maar ook zijn gelijkhebberige moralisme gelogenstraft zag) daardoor is een anti-Duitse instelling alleen nog maar te verklaren vanuit het kleine-buren-complex, het narcisme van de kleine verschillen. De eigen identiteit is altijd positief. Hoezeer ik ook Amsterdammer ben, in het buitenland identificeer ik me via de natie: ik ben daar Nederlander. Duitsers identificeren zich om voor de hand liggende redenen veel minder vaak via de natie. Ik ben Duitser zeggen ze niet zo snel. Typisch Nederlands kan positief en negatief geladen zijn. Typisch Duits is voor Duitsers bijna altijd negatief geladen en bovendien een contradictio in adjecto, ene tegenspraak in zichzelf. Duitsland is zolang versplinterd geweest en zo laat een natie geworden, dat Duitsers zich door hun levendige bewustzijn van de inderdaad sterke regionale verschillen eerst identificeren met hun Heimat. De holocaust en het Derde Rijk hebben dat gevoel alleen nog maar versterkt. In het 6-delige Große Wörterbuch der deutschen Sprache van Duden uit 1977 wordt bij het lemma das Deutsche de voorbeeldzin gegeven:

Er hat eine Abneigung gegen alles Deutsche

Maar de anti-Duitse houding van de eerste naoorlogse generatie Duitse en Nederlandse volwassenen is sterk aan het veranderen. Jonge Nederlanders van nu vinden de Berliner Republik sexy, Duitsland cool en in alle studentenflats in de hele westerse wereld staat Rammstein te dreunen. Anti-Duits zijn behoort nu tot de folkore van de voetballisering van de samenleving, de spontane anti-Duitse uitbarsting als Nederland tegen Duitsland moet voetballen.